Ik leerde Markus kennen in de bibliotheek waar ik halftijds werk.
Jarenlang was hij op dinsdag een vaste bezoeker van onze bib. Hij nestelde zich in onze leeszaal, las boeken en schreef schriftjes vol ideeën. Aan het eind van de middag liepen onze gesprekken aan de balie soms uit.
Toen hij ziek werd, ging ik om de zes weken naar zijn huis om nieuwe, door hem vanop afstand gekozen boeken te bezorgen. Boek aan huis! Onze ontmoetingen duurden bij Markus thuis nog langer dan voorheen; soms praatten we bijna twee uur aan een stuk.
Een paar dagen voor zijn dood ben ik hem gaan bezoeken in het Saint-Luc-ziekenhuis. Markus viel de hele tijd in slaap, maar op de momenten waarop hij even wakker werd, was hij telkens héél helder. Om de een of andere reden vond ik zijn kamer te warm. Toen een verpleegster zijn pillen was komen brengen, zei hij: ‘Niet helpen.’ ‘Ik moet mij voorbereiden op het einde’, zei hij.
We gaven elkaar een hand. Ook dat deed hij heel helder, om daarna opnieuw even in te dommelen.